vorige bladzijdeSjon Brandsairships / luchtschepenbirds / vogelsgroceries / boodschappenreadymadesexpositions / tentoonstellingeninfo volgende bladzijde

Sjon Brands gedichten 'De sijsjes van plezier'

 In het voorjaar vloog hij sierlijke loopings en
 gevaarlijke valvluchten of hing als een jonge
 god boven de bomen te bidden azend op een
 argeloze woelmuis op de bodem van het loo
                                        twíet - twíet
 De windwanner was een verwoed verzamelaar
 van de wijfjes in het woud ‘Het zit nu eenmaal
 in zijn vogelgenen’ meende zijn vrouwtje ‘En
 zíj kan het weten’ wisten de dames van het bos
                                        biscuit biscuit biscuitje
 Zij verloor zich in zijn bloedrode verenmantel
 en legde meteen beslag op de mond waar ooit
 dag en nacht een lach op danste en zijn diepe
 donkere ogen waar menig meisje in verdronk
                                        miep miep - miep miep
 Zij troonde hem mee naar een torenhoog nest
 en vrolijk vogelden ze de zomer vol vogeltjes
‘Zó zal het altijd blijven’ meende ze ‘Dat kan
 niet goed gaan’ vonden de dames van het bos
                                        biscuit biscuit biscuitje

 Ongemerkt werd ’t najaar en daar zat hij dan
 in zijn Douglas veertig meter boven de grond
 geduldig gezellig te wezen in haar wereld van
 kaarsjes bloemetjes en gapende vogelbekjes
                                        miep miep - miep miep
     Buiten vlogen roodborstjes en
     roomkontjes en boterbuikjes
     uitdagend zijn ramen voorbij

                                        twíet - twíet
                                        fietsje fietsje fietsje
 Voor God en Vogelland werd hij uitgezonden
 naar een zwamp in den vreemde om daar wat
 nestjes plat te branden en de vrede te stichten
 ‘Hij is een held’ bazuinde zijn vrouwtje rond
                                        miep miep - miep miep
     In het bos wierpen wulpen
     witogen en zwartkopmezen
     hem steelse glimlachjes toe
                                        twíet - twíet
                                        fietsje fietsje fietsje

 Bij de Valkenbank nam hij als eerbaar burger
 deel aan ’t onvolprezen grote graaien kleedde
 arme vogels uit en verdreef ze van hun nesten
 Zijn vrouwtje mat hem een grijze mantel aan
                                        miep miep - miep miep
     De lakvogeltjes van de bank
     zoenden zijn enveloppen en
     maakten vrijwillig overuren
                                        twíet - twíet
                                        fietsje fietsje fietsje
 Nog immer onvoldaan raakte hij aan de drank
 en sloeg in de winter zijn wijfje de weelderige
 horst door terwijl de windwannertjes weenden
‘Hij is wat neerslachtig’ bedacht zijn vrouwtje
                                        miep miep - miep miep
     Het roodbeentje van de buren
     sprong tussenbeide en bracht
     hem in haar bedje tot bedaren
                                        twíet - twíet
                                        fietsje fietsje fietsje

 Het viel niemand op dat zij bij
 tijd en wijlen uit de boom viel
 ook de dames van het bos niet
                                        biscuit biscuit biscuitje
     Hij veerde op en werd verliefd
     op een vuurvast vlamsijsje dat
     bovendien strak in haar veren
     stak en hem als ’n god aanbad
                                        twíet - twíet
                                        fietsje fietsje fietsje
 Zij streek zijn hemden scheidde
 het afval en knipte hier en daar
 wat gaten in zijn onderbroeken
                                        miep miep - miep miep
     Hij werd getroffen door de blik
     van een eenvoudig heggemusje
     en haar zusje vier groene ogen
     die zijn diepste wezen bewogen
                                        twíet - twíet
                                        fietsje fietsje fietsje

 Het damesvogelpraatgroepje
 was het met haar eens dat die
 wijfjes uit ’t bos niet deugden
                                        biscuit biscuit biscuitje
     Hij ging voor de wiegende gang
     van het lepelgansje haar lange
     laatgotische benen haar glazen
     huid en haar donzen landschap
                                        twíet - twíet
                                        fietsje fietsje fietsje
 Zij zocht troost in de natuur en
 was soms dagen onderweg met
 twee stokken en haar rugzakje
                                        miep miep - miep miep
     Hij sliep met het fluweelhoentje
     de juffrouw fournituren met een
     chronometer in het hart die na
     elke daad al haar knopen telde
                                        twíet - twíet
                                        fietsje fietsje fietsje


 Samen met de dames begon ze
 een liefdadigheidsbazaar voor
 de arme vogels van de Zwamp
                                        biscuit biscuit biscuitje
     Hij rommelde met een oliemerel
     een kunstenarette die in spiegels
     sliep en elke zin met ik begon tot
     het behang er groen van overgaf
                                        twíet - twíet
                                        fietsje fietsje fietsje
 Haar man zond haar ieder jaar
 een paar maanden op reis naar
 Praag of Parijs of Sint Helena
                                        miep miep - miep miep
     Ondertussen verleidde hij menig
     eenzaam muurnachtegaaltje en
     het klampvogeltje dat met een
     dun bekje ‘meneer’ bleef zeggen
                                        twíet - twíet
                                        fietsje fietsje fietsje

 Zij nodigde bekende vogels uit
 om met alle dames van het bos
 over kunst en passie te praten
                                        biscuit biscuit biscuitje
     Hij deed het met een trapgoesje
     gillend in de paternosterlift met
     een zaadgansje in de garderobe
     en het slobbereendje aan de bar
                                        twíet - twíet
                                        fietsje fietsje fietsje
 Zo gingen jaren heen ze bleef
 alleen en eenzaam schreef ze
 gedichtjes – over haar gevoel
                                        miep miep - miep miep
     Hij ging door tot na zijn dood en
     zond haar uit zijn vogelparadijs
     een telegram:‘twíet - twíet’ stop
    ‘liefs’ stop ‘de windwanner’ stop
 


© Sjon Branðs, januari 2010

[home] > [gedichten/poems] > [Sijsjes van plezier]

© Sjon Branðs [donderdag 15 maart 2018 | Thursday, March 15th, 2018]

tijdbalk