terug Sjon Brandsairships / luchtschepenbirds / vogelsgroceries / boodschappenreadymadesexpositions / tentoonstellingeninfo volgende bladzijde

'Brabants Dagblad', 25 maart 2013


terug

Bosch onder Vreemde Vogels Brabants Dagblad, maandag 25 maart 2013
   
[home] > [vogels/birds] > [tentoonstellingen/exhibitions] > [BoschOnderVreemdeVogels] > [BrabantsDagblad]

© Sjon Branðs [dinsdag 1 mei 2018 | Tuesday, May 1st, 2018]

 Brabants Dagblad, maandag 25 maart 2013

Zotte paradijsvogels paraderen
Jeroen Bosch Centrum opent deuren voor
doldwaze stoet aan zotte vogelbeesten

 door Mark van der Voort

 DEN BOSCH – Vreemde vogels spoken sinds gisteren door de ruimte van het Jeroen Bosch Centrum. Van de Grondneushoornvogel tot het Kwikmeditje. De Tilburgse dichter, theatermaker en kunstenaar Sjon Branðs toont tot en met 19 april zijn dadaïstische paradijsvogels. Koddige wezentjes die hij de afgelopen drie jaar heeft samengesteld uit metalen gebruiksvoorwerpen, radiobuizen, struisvogelveren, pollepels enzovoort. Vogelsculpturen die regelrecht uit het surrealistisch rariteitenreservaat van Jeroen Bosch lijken te fladderen.

 De expositie van Sjon Branðs in het Jeroen Bosch centrum aan de Hinthamerstraat is de eerste in een reeks van drie tentoonstellingen dit jaar gewijd aan moderne kunst. Daarbij worden eigentijdse kunstenaars uitgenodigd die een duidelijke band hebben met de wonderlijke wereld van Jeroen Bosch.

 Gisterenmiddag opende Sjon Branðs zijn expositie ‘Bosch onder Vreemde Vogels’ met een ludiek klankconcert waarin hij zijn vogels via wonderlijke wijsjes liet communiceren. Een jungle aan geluid galmde door de vertrekken. Branðs stelde speciaal hiervoor poëtische klankmengsels samen van flarden voorgedragen gedichten, stemmen en vogelgeluiden.

Twee van zijn vogels vlak bij de ingang zijn gedurende de expositieperiode luid en duidelijk aan de praat.

 De passie voor zijn paradijsvogels is langzaam gegroeid. Van huis uit is Branðs werktuigbouwkundige en runt hij samen met zijn vrouw een theatergezelschap dat zich heeft gespecialiseerd in het voordragen van gedichten. “Ik ken zo’n 650 Nederlandse, Vlaamse en Zuid-Afrikaanse gedichten uit mijn hoofd”, verzekert Branðs die zelf ook dicht. De beeldende kunst is puur uit toeval op zijn pad gekomen en betekent een groot rustpunt in zijn hectische bestaan. ‘Ik struin heel wat rommelmarkten af en de objecten die ik daar vind inspireren mij. Ik leg materiaal naast elkaar en langzaam ontstaat het vogelhoofdje. Voor de hand liggende combinaties laat ik links liggen. De fantastische wezens in Bosch’ Tuin der Lusten zijn dan een grote inspiratie. Het beestje moet zijn eigen karakter krijgen. Van tevoren plan ik niets, het ontstaat vanzelf.”

 Iedere maand levert Branðs een sculptuur af. Exposeren deed hij nooit maar de interesse voor zijn werk neemt de afgelopen tijd zienderogen toe. Inmiddels is hij aan een nieuwe serie begonnen. In het Jeroen Bosch Centrum zijn vijfentwintig vogelsculpturen te zien. Een doldwaze stoet aan zotte beesten staat nu wel erg strak in het gelid opgesteld. Een wat lossere aanpak had zeker niet misstaan waarbij de vogels over heel de ruimte te zien waren. Mooie objecten dat wel, waaraan Branðs met liefde en toewijding heeft geknutseld. Zoals de ‘Torenkraai’ die plompverloren in zijn houten doodskistje hangt met een metalen claxontoeter als hoofd. Prachtig is de ‘Avondvalk’ die met brede borst en buik de sjofele nachtbraker uithangt. Onder zijn poten rust een polsdikke jazzencyclopedie. Branðs’ werk is vol associatieve kracht. Een enkele keer lijkt de kunstenaar zelfs te verwijzen naar de actualiteit. Een protserige dikbuikige vogel met geldbiljetten op zijn blouse zou zomaar een parodie op de inhalige moderne bankier kunnen zijn. Branðs heeft zijn sculpturen tot in de puntjes afgewerkt en als toeschouwer krijg je geen genoeg van deze gevleugelde vrienden.